Zuid-Sinaï

 

Sinai woestijnEen woestijn met uitgestrekte zandvlaktes, oases, en kleurrijke en vreemd gevormde bergen en ravijnen. Zonovergoten kusten waarlangs het onderwaterleven op z’n zachtst gezegd spectaculair is. En ook langs de kust, in de woestijn en in de bergen vinden we er bijzondere planten- en diersoorten, waarvan sommigen uniek in het Midden-Oosten. Ook komen er al eeuwenlang religieuze bedevaartgangers om in de vermeende voetsporen van de profeet Mozes te treden. En op de meest onverwachte plaatsen kom je er historische schatten tegen, waaronder een Faraonische tempel op een berg midden in de woestijn, Nabateense graffiti en graven uit de Bronstijd.

Het was dan ook niet raar dat de Egyptische president Hosni Mubarak begin jaren 1980 een schat aan mogelijkheden zag in Zuid-Sinaï. Dus toen het Sinaï schiereiland na vijftien jaar Israëlische aanwezigheid in 1982 weer in Egyptische handen kwam, slaagde Egypte er al snel in het zuidelijke deel op een slimme manier te exploiteren. Met behulp van plannen van een Amerikaanse adviesbureau toverde Mubarak het binnen no time om in een waar paradijs voor massatoerisme. Niet alleen om de staatskas mee te spekken en werkgelegenheid te creëren, maar ook om de kans op een nieuwe Israëlische invasie te verkleinen door het tot afgelegen en desolate gebied te vullen met toeristen en Egyptenaren uit de Nijlvallei.

Meer werk, maar niet voor iedereen…
In de decennia die volgden stond Zuid-Sinaï dus in veel opzichten het teken van groei. Helaas profiteerde niet iedereen in de regio hiervan. In tegendeel: de inheemse bevolking van Zuid-Sinaï werd compleet genegeerd. Jazeker, niet lang daarvoor leidden deze bedoeïenen nog een (semi-)nomadisch, grotendeels zelfvoorzienend bestaan. Maar dat alles was in vijftien jaar Israëlische aanwezigheid veranderd. Uit noodzaak waren velen overgestapt naar loonarbeid en een vaste woonplaats. Kuddes waren dramatisch uitgedund, en groenten- en fruittuinen werden aan hun lot overgelaten. Zo stegen de kosten van levensonderhoud, omdat een steeds groter deel van de levensmiddelen en andere primaire goederen moesten worden gekocht.Drukte op Jebel Moesa

Tachtig procent al voor de ‘revolutie’ onder armoedegrens 
De ontoegankelijkheid voor bedoeïenen tot de Egyptische arbeidsmarkt in hun leefgebied betekende dus een groot probleem. De schaarste die tekenend was voor het woestijnbestaan maakte plaats voor ‘moderne’ armoede – rond 2010 leefde tachtig procent van Zuid-Sinaï’s bedoeïenen onder de Egyptische armoedegrens.

Aan deze marginalisering was en is maar moeilijk te ontsnappen: vandaag de dag worden dorpen gerund door Egyptenaren die niet veel ophebben met de belangen en behoeftes van de bedoeïenen die zij besturen; onderwijs in de woestijn en het hooggebergte is van dermate slechte kwaliteit dat de meeste bedoeïenen niet verder komen dan de basisschool; en Egyptische dokters maken – door hun voorliefde voor veel medicijnen voorschrijven – dat bedoeïenen te veel geld kwijt zijn aan medicijnen die zij eigenlijk niet nodig hebben. Om maar wat voorbeelden te noemen.

Na 2011: van kwaad tot erger
De Egyptische “Revolutie”  in januari 2011 was weer een omslag. Geen positieve, zoals velen in de eerste weken na Mubarak’s aftreden dachten. Al snel bleken er nog amper toeristen interesse in de Sinaï te hebben. En degenen die hier wel vakantie wilden vieren worden tegengehouden door negatieve reisadviezen en geannuleerde vluchten. Dat terwijl alleen in het noordelijke deel van het schiereiland – honderden kilometers verwijderd is van Zuid-Sinaï’s toeristische zones – rebellen de boel flink ontregelen en aanslag na aanslag wordt gepleegd.

Daarmee zijn de kruimels van het toerisme waar bedoeïenen het tot dan toe mee moesten doen, verworden tot kruimels van kruimels. Alternatieven zijn er zo goed als niet. Bij deze uitzichtloze armoede werkt de kwaliteit van leven van deze bevolkingsgroep als een neerwaartse spiraal, waarbij in eerste instantie de gezondheid het moet ontgelden.

Ingrijpen is dus bittere noodzaak. Hart voor Zuid-Sinaï heeft als doel deze armoede en uitzichtloosheid onder bedoeïenen te bestrijden.

RSS
Follow by Email
Facebook