Problematiek

 

Hieronder een korte toelichting op enkele belangrijke problemen binnen Zuid-Sinaï: werkloosheid, onderwijs, medische voorzieningen, dierenleed, drugs en afval.

Werkloosheid

Gezegd mag wel worden dat werkloosheid het grootste probleem is in Zuid-Sinaï. Hier staat ‘geen werk’ gelijk aan ‘geen geld’. Egypte kent geen WW- of bijstandsuitkering. Enkel in zekere mate een arbeidsongeschiktheidsuitkering, zij het alleen voor degenen die een baan hebben bij de overheid. Hoewel overheidsdienst een breed spectrum van banen betreft (ziekenhuispersoneel, leraren, lokaal bestuur, chauffeurs, schoonmaakpersoneel in moskeeën), worden bedoeïenen nagenoeg niet aangenomen voor dergelijke functies. Bij wijze van grote uitzondering heeft voormalig president Morsi in 2012 ervoor gezorgd dat zo’n honderd bedoeïenen in het Hooggebergte in overheidsdienst konden.
Ook weduwen krijgen een uitkering. De hoogte van de uitkering is echter afhankelijk van het beroep van de overleden man. Wanneer hij niet in overheidsdienst was, krijgt zijn weduwe slechts 200 EP per maand, ongeveer 20 euro. Verder worden enkel door de overheid gesteund middels een systeem dat ‘tawmien’ heet. Via tawmien krijgt men hoge kortingen op levensmiddelen zoals rijst, pasta, olie, ghee, suiker en thee. De hoeveelheid korting is echter niet afhankelijk van hoe arm je bent, maar van hoeveel kinderen je hebt.

gidsmountsinai

Voorheen werkten veel mannen in Sinaï’s Hooggebergte voor zonsopgang of zonsondergang als gids op de Mozesberg. Nu er geen bezoekers meer zijn, zijn de meeste mannen in deze omgeving werkloos.

Onderwijs

Wereldwijd neigen we te geloven dat onderwijs de weg uit armoede is. Helaas geldt dit niet voor bedoeïenen in Zuid-Sinaï. Recent onderzoek onder deze doelgroep toont aan dat bedoeïenen die langer naar school gaan niet meer kans hebben op een baan, noch beter betaald krijgen. Zo schreef onderzoekster Hilary Gilbert (2010): “The time, money and effort people invest in education brings them no obvious reward.” Daarbij zijn er maar al te veel bedoeïenen die bij voorbaat al afhaken – vanwege de geringe baankansen, maar zeer zeker ook vanwege de aard van het onderwijs dat zij krijgen.
De redenen hierachter moeten vooral gezocht worden in de verrotte kwaliteit van het Egyptische onderwijssysteem, en de onkunde en/of onwil van leraren. In Egypte zijn lerarensalarissen erg laag – zo laag dat het gewoonweg onvoldoende inkomsten zijn om als gezin van rond te komen. Het gevolg: Egyptische leraren hebben hun pupillen afhankelijk gemaakt van naschoolse lessen om zelf wat extra inkomsten te vergaren. Tijdens schooluren wordt er simpelweg onvoldoende en te slecht lesgegeven om kinderen te doen slagen voor de jaarlijkse toetsen. Om elk jaar weer over te kunnen gaan, zijn de kinderen dus afhankelijk van bijles, ‘dars’.
Een paar keer per week bijles is voor bedoeïenenfamilies nagenoeg onbetaalbaar. Het is echter een investering die velen wel doen voor hun kind, aangezien ook bedoeïenen –onterecht – scholing zien als de kans op een betere toekomst. Helaas is naast deze misser in het algemene systeem, de kwaliteit van basisscholen in Zuid-Sinaï in het bijzonder van uitermate bedroefd. De achterliggende reden, zegt men, heeft de maken met de onbekwaamheid en ongemotiveerdheid van de leraren van ervan. De Egyptische leraren hebben niet zoveel op met de bedoeïenenkinderen die zij moeten onderwijzen. Ze beschouwen bedoeïenen beschouwen als primitief, en hun onderwijzen…tja, wat is daar het nut van? Daarbij zijn afgelegen plekken in de Sinaï zijn niet de meest wenselijke werkplekken voor deze Egyptische mannen en vrouwen. Het gevolg is dat de leraren die geen baantje kunnen krijgen langs de Nijl, met tegenzin wat werk zoeken in de Sinaï. Het gebeurt dikwijls dat leraren op bezoek gaan bij de familie op het Egyptische vasteland en tijdens reguliere schooldagen weken wegblijven. De kinderen hebben dan gewoon geen les.

Het is niet eenvoudig om als buitenlandse hulporganisatie dit probleem aan te pakken. Allereerst omdat de Egyptische overheid verantwoordelijk is voor de verandering van het hele onderwijssysteem. Daarnaast zou het een positieve verandering zijn als bedoeïenenkinderen worden onderwezen door bedoeïenenleraren. Dergelijke leraren – lesgevend op eigen terrein aan eigen kinderen – zullen immers meer gemotiveerd zijn en heel waarschijnlijk meer gezag hebben over de kinderen. Naast het feit dat de stichting, als buitenstaander, geen invloed heeft op sollicitatieprocedures, is het probleem dat er simpelweg weinig capabele bedoeïenenleraren zijn, omdat ook die generatie te slecht onderwijs heeft genoten. Ofwel: de vicieuze cirkel.

Medische voorzieningen

Goede medische hulp – het is er wel in Zuid-Sinaï, maar het simpelweg ontoegankelijk, want veel te duur, voor de gewone bevolking. Waar de bewoners het mee moeten doen zijn de staatsziekenhuizen en (duurdere) praktijken van gespecialiseerde dokters (die ook in het staatsziekenhuis werken en ’s avonds bijverdienen in deze praktijken).
Hulp bij het ziekenhuis kost nagenoeg niks, maar dan heb je ook nagenoeg niks. Verkeerde diagnoses en zelfs verkeerde behandelingen gebeuren aan de lopende band. Daarbij zijn dokters vooral erg goed in het voorschrijven van medicijnen, altijd standaard met antibiotica. Het is een hoop nattevingerwerk: de dokter hoort de klacht, en schrijft vervolgens een lijst medicijnen voor, waarvan er vast wel eentje moet aanslaan. Dikwijls werken doktoren samen met apotheken, en zo gebeurt het dat vrijwel altijd de duurdere, westerse varianten van medicijn worden voorgeschreven. De meeste bedoeïenen kunnen zich dit absoluut niet veroorloven. Vervolgens besteden ze geld dat voor eten of kleding bedoeld was, in een reeks medicijnen waarvan ze tweederde niet nodig hebben, en waarvan de goedkope, Egyptische variant voldoet. Ondeskundigheid van doktoren maakt tevens dat mensen om de haverklap antibiotica slikken. Dit is niet overdrijven. Bij net een dag 38,5 graden koorts begint een jong kind al aan een antibioticakuur. Ook bij verkoudheid wordt antibiotica voorgeschreven. Het logische gevolg is natuurlijk resistentie van een hele bevolkingsgroep.

Dit is serieus waar geen zeldzaam beeld bij overheidsziekenhuizen in Egypte.

Dit is serieus waar geen zeldzaam beeld in overheidsziekenhuizen in Egypte.

Daarnaast zijn er niet zelden bergen geld nodig wanneer spoedeisende hulp vereist is. Krijgt men een ongeluk en kunnen de kosten voor een operatie niet gegarandeerd worden, dan krijgt het slachtoffer geen hulp.
In Zuid-Sinaï geldt bovendien voor dokters wat ook voor leraren geldt: afgezien van Sharm el-Sheikh is dit niet de gewenste regio om te zitten. Voor alle bewoners in de regio is het een vaststaand feit dat de goede doktoren vooral niet in de Sinaï te vinden zijn, maar enkel op het Egyptische vasteland (en in het buitenland).

Dierenleed

In Zuid-Sinaï – evenals in de rest van Egypte – bestaat geen huisdierencultuur. Degenen die dieren bezitten – een kat, hond, kameel, geit, schaap of ezel –, houden hen buitenshuis. Sommigen behandelen hun dieren prima, zij het niet vergelijkbaar met hoe wij in Nederland (over het algemeen) met onze huisdieren omgaan. In tijden van crises, zij de dieren het eerste waarop bezuinigd. En het lot van de kamelen van Rashid’s kamelenproject, is eveneens het lot van veel andere ‘huisdieren’ in de regio.
Daarnaast leeft echter het gros van de honden en katten op straat. Deze dieren hebben een ongelofelijk slecht leven: niet alleen leven ze van afval en zijn ze bezaaid met ongedierte, ook worden velen mishandeld en verminkt door mensen en volgt bij vrouwtjesdieren zwangerschap na zwangerschap. Het gros van hun kroost is al bij voorbaat ten dode opgeschreven en de rest wacht een zwaar leven. Het is hartverscheurend om deze dieren te moeten aanschouwen. De aanpak van het straatdierenprobleem door de Egyptische overheid is bovendien ook niet bepaald diervriendelijk: geregeld wordt er vergif gestrooid om zoveel mogelijk straathonden en –katten te doden. De dieren sterven een pijnlijke door.

Drugs

Iets waar vaak door buitenstaanders aan voorbij gegaan wordt, is dat drugs een enorm probleem zijn in de regio. Dat geldt overigens voor heel Egypte, zij dat Zuid-Sinaï’s Bedoeïenen landelijk een slechte reputatie hebben op het gebied van telen en smokkelen. En inderdaad zijn de afgelopen decennia inkomsten via drugteelt en smokkelen een belangrijke inkomstenbron geweest, als gevolg van de ontoegankelijkheid van werk in de toeristische sector. Het gaat hier voornamelijk om hasj en opium. Vele bergtuinen die voorheen groenten en fruit bevatten, zijn de gedurende de jaren 1990 en 2000 ingezet voor deze drugs. Daarvan wordt een deel in de regio verkocht, en een ander deel naar het Egyptische vasteland gesmokkeld. Deze laatste activiteit levert veel geld op, maar is dan ook uitzonderlijk risicovol. Dat was het al onder Mubarak, maar nu het leger de touwtjes in handen heeft is er een regelrechte ‘war on drugs’ aan de gang. Deze richt zich voornamelijk op smokkelaars en gebruikers. Ironisch genoeg worden telers lang niet zo hard aangepakt. Ofwel: ook het leger kan worden omgekocht.
Een moeilijk punt is dat drugsteelt en -smokkel voor velen de enige overgebleven bron van inkomsten zijn. Er zijn er zat die dit werk moreel verwerpelijk vinden, maar geen andere keus hebben. 

opium in Zuid-Sinai

Opiumteelt in Sinaï’s Hooggebergte

 

Een naar bijgevolg van de toename van drugsteelt (na een pauze gedurende de Israëlische periode; daarvoor werd tevens door bepaalde families hasj geteeld en gesmokkeld) is de toename van het gebruik. Het aantal drugsverslaafden is aanzienlijk, vooral in en om het Hooggebergte, maar ook een stad als al-Tor. Hier is geen gedegen onderzoek naar gedaan, dus over de oorzaken, schade en gevolgen heb ik alleen eigen theorieën, gebaseerd op jarenlange ervaring met verslaafden in Zuid-Sinaï. De toename in teelt en het feit dat veel Bedoeïenen – met wel degelijk gewetensbezwaren – helpen bij het zaaien en oogsten, is natuurlijk een gevolg van de ontoegankelijkheid van de arbeidsmarkt en de vraag. De aanwezigheid van de drugs maken ze goedkoper. Hoewel opium niet bijster goedkoop is, rouleert het spul vrijwel standaard op feesten en andere sociale bijeenkomsten van mannen. Daarnaast is er een goedkope variant ‘ontdekt’ in de jaren 1980 of ’90 genaamd ‘sefoef’ of ‘djaroez’. Nadat de papaverplanten ontdaan zijn van hun vloeibare opium, worden ze gedroogd. Deze gedroogde planten worden ontdaan van steel en scherpe randjes, fijngestampt en gegeten (weggespoeld met veel water). Voor een theekopje betaalt men 5 á 10 pond (dus rond de 1 euro). Djaroez is wellicht lichter, maar wordt heel veel gebruikt.
Daarnaast zijn er verslavende medicijnen. In apotheken is vrijwel alles zonder recept verkrijgbaar. De afgelopen jaren is het gebruik van Tramadol een nationaal probleem geworden. Ook slikken veel Bedoeïenen de pijnstiller Florist alsof het snoepjes zijn. En zo zijn er tal van andere medicijnen en slaapmiddelen met een verslavende werking die door velen grof gebruikt worden.
Natuurlijk heeft dit zijn gevolgen voor de maatschappij. Opium maakt niet agressief, maar wel passief. Mannen slapen de hele dag en laten de zorg voor hun gezinnen – die compleet afhankelijk van hen zijn – verslonzen. Het verandert karakters. Kinderen groeien op met het idee dat drugs volkomen normaal zijn. Om maar niet te spreken van degenen die met een lading drugs op in de auto stappen. Laten we zeggen dat ik te veel mensen in Zuid-Sinaï ken die overleden zijn aan de gevolgen van drugsgebruik.

Afval

De hoeveelheid straatafval neemt sinds Egypte’s ‘revolutie’ maar toe en toe, en dreigt gebieden onleefbaar te maken. Toegegeven, zo zien veel bewoners dat zelf niet. Voor velen is het normaal – net zo goed als het normaal is om afval van je af op straat te gooien. De warmte en het ongedierte dat op het afval in de woonwijken afkomt, zijn nou niet bepaald bevorderlijk voor de gezondheid. Ook voor kinderen is op straat spelen regelrecht gevaarlijk, aangezien geregeld injectienaalden en halfvolle pakjes medicijnen te vinden zijn. Ook worden dode dieren op straat gesmeten, en natuurlijk glas. In diverse steden struinen geiten, schapen, katten en honden door de straten die het afval eten. De geiten – die nagenoeg alles eten – worden vervolgens gegeten door de lokale bewoners.

RSS
Follow by Email
Facebook